Ons tweede leven op het net

13 10 2006

Hoe privé zijn onze persoonlijke gegevens nog, nu we via Google en andere zoekmachines toegang hebben tot miljoenen documenten die misschien niet altijd voor de openbaarheid bestemd waren?

Iedereen die zich op Internet begeeft – en afgezien van een enkele kluizenaar is dat toch al gauw de hele westerse wereld – laat bijna onuitwisbare sporen na. Wie één keer in een gastenboek onder zijn eigen naam heeft gereageerd, kan erop rekenen dat al zijn toekomstige werkgevers kennis zullen nemen van zijn hobby’s en voorkeuren. Elke dag laten miljoenen burgers op die manier hun digitale handtekening achter.Hoewel internetgebruikers minder naïef worden en minder onder hun eigen naam reageren, zijn er altijd nog bedrijven die de namen en functies van hun medewerkers op het net zetten en sportclubs die complete adresbestanden online zetten. Al deze persoonlijke gegevens – namen, geboortedata, adressen – worden met de beste bedoelingen gepubliceerd. Maar steeds meer blijken al deze goede bedoelingen kwaadwillenden in de kaart te spelen. Google maakt het mogelijk om al deze gegevens in een handomdraai boven tafel te krijgen.

Een zee aan informatie

In de Verenigde Staten zijn de kwalijke gevolgen van de informatie-explosie op Internet nog duidelijker te zien dan in Nederland, omdat lokale en nationale overheden er het Internet hebben ontdekt als uitbreiding van de serviceverlening. Een zee van gegevens staat vrij ter beschikking. Van geboorte- en overlijdensaktes, openstaande parkeerbonnen, faillissementen en juridische documenten tot lijsten met zedendelinquenten en foto’s van kleine en grote criminelen: veel is vrij en zonder opgaaf van reden na te zoeken in de online databases. Ook hier is de intentie begrijpelijk: overheden willen hun burgers snel en effectief van dienst zijn, en wat is dan makkelijker dan online toegang?

En dus hoeft de internetdetective alleen maar zijn computer te starten om – zonder te hoeven hacken – een schat aan informatie naar boven te halen. Bij deze methode, die ook wel “Google Hacking” wordt genoemd, probeer je zoveel mogelijk informatie over iemand via Google boven water te halen.

Het VPRO programma “De Toekomst” heeft de proef op de som genomen met twee bekende Nederlandse Amerikanen, oud-PvdA-lijsttrekker en bewindvoerder van de Wereldbank Ad Melkert en oud-NOS-correspondent Charles Groenhuijsen. Melkert en Groenhuijsen hebben geen privéwebsite en hun namen komen niet voor in het telefoonboek van hun regio. Toch konden ze heel eenvoudig binnen enkele uren de namen en geboortedata van familieleden, woonadressen, telefoon- en faxnummers en emailadressen achterhalen. Dat soort ‘lekken’ ontstaan doordat kleine lokale blaadjes, sportclubs en scholen hun ledenadministratie online aanbieden – alweer met de beste bedoelingen. Maar in Amerika is het vervolgens mogelijk om met die gegevens overheidsdatabases te bezoeken en weer nieuwe gegevens – over bijvoorbeeld de waarde of de aankoopdatum van een huis – naar boven te halen. Zelfs de belastingaanslag voor de onroerend-zaak-belasting- is online te vinden. Maar ook trivialere gegevens, die in het pre-Google-tijdperk nooit onder ogen van een groot publiek kwam, komt op deze manier boven. Zo vonden ze een bericht in een lokaal krantje waarin gemeld werd dat de familie Melkert een nieuw tuinhek had geplaatst.Het zijn exemplarische voorbeelden van de nieuwe privacygevaren die het internet heeft opgeleverd. Informatie die voor de komst van het internet bij een enkeling terechtkwam, is nu op duizenden kilometers afstand voor iedereen beschikbaar. Pakweg tien jaar geleden hadden ze de stap naar een stoffig archief moeten zetten waar ze hoogstwaarschijnlijk waren gevraagd naar het doel van hun komst. Nu konden ze in (betrekkelijke) anonimiteit alle gegevens bij elkaar Googlen.

Maar hoe kwalijk is het eigenlijk dat deze informatie vrij beschikbaar is? Afgezien van het feit dat waarschijnlijk niemand graag de waarde van zijn huis en zijn belastingaanslag met de wereld deelt, wordt de keerzijde van dit verhaal in de afgelopen jaren steeds duidelijker: het is bijvoorbeeld bijna onmogelijk nog een baan te vinden als de werkgever via Google kan zien dat een sollicitant een crimineel verleden heeft. Dat we hier met een groeimarkt te maken hebben, bewijst het opduiken van allerlei halflegale bureautjes die ‘background checks’ aanbieden. Voor 30 a 60 dollar krijg je zonder opgaaf van reden een uitgebreid dossier van het slachtoffer, inclusief strafblad, woongeschiedenis en belastinggeschiedenis.

Identiteit roof

Nog gevaarlijker is het wanneer een kwaadwillend persoon via deze openbare databases, online beschikbare documenten en schimmige bureautjes de hand weet te leggen op het social security number van zijn slachtoffer: een sofinummer dat in Amerika ook geldt als studentnummer, rijbewijsnummer en algemeen identificatienummer. Met dat nummer in de hand kan bijvoorbeeld een creditcard aangevraagd worden, zodat de oplichter betalingen kan doen op rekening van een nietsvermoedende burger in een andere staat. In de VS komt deze zogenaamde “Identity Theft”, waarbij de fraudeur de complete officiële identiteit van zijn slachtoffer overneemt steeds meer voor. De schade die door deze vorm van criminaliteit wordt aangericht wordt geschat op meerdere miljarden dollars per jaar.

Kan een burger deze ongewenste effecten van de digitalisering van onze identiteit voorkomen? In Nederland is dat deels mogelijk, omdat er minder informatie over ons door de overheid vrij ter beschikking wordt gesteld. Maar ook hier gaan stemmen op om databases te koppelen, namen en foto’s van verdachten online te zetten en burgers toegang te geven tot hun gegevens. Als die trend wordt doorgezet kan dat in combinatie met de informatie-explosie die het internet in gang heeft gezet dezelfde ongewenste gevolgen hebben voor gewone burgers.

Bronvermelding:


Acties

Informatie

Plaats een reactie